3Masters logo
Contact
Heb je vragen of wil je uitgebreide informatie?

   088 1 33 1 33 1
   info@3masters.nl


3Masters Opleidingen Eindhoven

Kennedyplein 200
5611 ZT, Eindhoven

3Masters Opleidingen Amsterdam

Kingsfordweg 151
1043 GR, Amsterdam

Prinsjesdag 2019

Prinsjesdag 2019, wat staat jou te wachten?

Gisteren tijdens Prinsjesdag heeft het kabinet Rutte zijn nieuwe plannen aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Voor 2020 staat er een flink aantal wijzigingen op de stapel. In deze blog lees je alles over de wijzigingen voor de financiële sector en weet je wat jou, als financieel professionals, staat te wachten.

Koopkracht verbetert meer dan in voorgaande jaren

Het kabinet verlaagt de lasten voor huishoudens met 3 miljard euro. De berekeningen die het Centraal Plan Bureau (CPB) eerder presenteerde, lieten een verbetering van de koopkracht in 2020 zien van 1,2%, vooral dankzij een stijging van de reële lonen. Het kabinet vond dat echter niet voldoende.

Om de koopkracht in 2020 extra te laten stijgen, heeft het kabinet meer geld vrijgemaakt. Het kabinet wil de gezinshuishoudens méér laten meedelen in de economische groei van de voorbije jaren. Dankzij extra lastenverlichting kan de koopkracht volgend jaar omhoog gaan met 2,1%, in plaats van 1,2%.

De koopkracht verbetert in 2020 voor alle groepen. Dit komt deels door nieuw kabinetsbeleid en deels door stijgende lonen. Ook de hoogte van de AOW is gekoppeld aan de ontwikkeling van de CAO-lonen. Dit houdt negatieve ontwikkelingen voor ouderen – pensioenkortingen en extreem lage spaarrentes – min of meer in balans. Maar hoe zit het met het pensioendossier?

Prinsjesdag brengt weinig beweging in pensioendossier, kortingen worden niet opgevangen via de AOW

Er wordt gekort op pensioenen als de dekkingsgraad van het pensioenfonds vijf jaar lang onder de 100% zit. Dit was vóór het pensioenakkoord 104,3%. Ondanks deze versoepeling stevenen enkele grote pensioenfondsen op kortingen af. Het ziet er dus naar uit dat sommige mensen binnenkort minder werkgeverspensioen krijgen uitgekeerd.

Dit betekent dat pensioengerechtigden er op achteruit kunnen gaan. Een vaak gesuggereerde manier is om de AOW substantieel te verhogen. Dat gebeurt dit jaar echter nog niet.

Gaat de belastingheffing in box 3 veranderen?

Het huidige kabinet-Rutte III wil de belastingheffing in box 3 veranderen. Belastingbetalers met spaargeld gaan daarvan profiteren. Beleggers en vooral belastingbetalers die lenen om te beleggen, gaan meer inkomstenbelasting betalen in box 3. Voor beleggers met laag renderende beleggingen blijft het forfaitaire rendement voor de belastingheffing in box 3 relatief hoog ten opzichte van het werkelijk behaalde rendement.

Vooral spaarders vinden de huidige belastingheffing over het inkomen uit sparen en beleggen onrechtvaardig. De spaarrente is immers al lange tijd lager dan het forfaitaire rendementspercentage waarmee de Belastingdienst de belastingheffing in box 3 berekent. Het kabinet realiseert zich dat de belastingdruk voor spaarders hoog is omdat zij worden belast alsof een deel van hun vermogen uit beleggingen bestaat. Daarom heeft de regering onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om belastingbetalers met vooral of uitsluitend spaargeld tegemoet te komen. Volgens het kabinetsplan komt er onder andere een afzonderlijke fiscale behandeling voor spaargelden.

Volgens het kabinetsplan wordt voor iedere euro aan beleggingsvermogen vanaf 2022 uitgegaan van het forfaitaire rendement voor beleggen. Dat is dan belast tegen 33%; nu is het belastingtarief in box 3 nog 30%. In 2020 is het percentage van het forfaitaire beleggingsrendement 5,33%. Beleggers gaan op basis van het percentage voor 2020 dan ook onder het nieuwe systeem meer inkomstenbelasting betalen in box 3: circa 1,76% (= 33% x 5,33%) over hun hele beleggingsvermogen.

Beleggers met niet al te hoge vermogens gaan er overigens relatief veel meer op achteruit dan de zeer grote vermogens. Die betaalden al (deels) 1,68% over 2019 en gaan naar 1,76% in 2022. Ook bijvoorbeeld belastingbetalers met gefinancierd vastgoed in box 3 gaan meer betalen. Ook zij profiteren nu nog van de vermogensschijven in box 3 waar tot circa 1 miljoen euro per persoon een gecombineerd rendement voor sparen en beleggen geldt.

Woningbouw maatregelen, gaat het ons echt iets helpen?

Het kabinet maakt 1 miljard euro vrij om nieuwbouw van betaalbare woningen te stimuleren. Dit bouwfonds wordt opgericht om gemeentes aan te zetten nieuwbouwlocaties aan te wijzen in zogenoemde schaarstegebieden om zo de bouw van woningen te versnellen. De regering springt bij om de projecten rendabel te maken voor gemeentes. In de periode 2020-2023 is jaarlijks 250 miljoen euro beschikbaar.

Woningcorporaties hebben de afgelopen jaren weinig nieuwe woningen gebouwd. De belangrijkste oorzaak hiervan is de verhuurdersheffing die de corporaties gemiddeld 1,7 miljard euro per jaar kost. Hierdoor zijn de woningcorporaties min of meer in ‘bouwstaking’ gegaan. De regering ziet dit in en stelt de komende tien jaar 1 miljard euro ter beschikking aan corporaties die nieuwe woningen bouwen in schaarstegebieden. Dit zal echter niet genoeg zijn. Concreet betekent dit dat er 100 miljoen per jaar richting de woningcorporaties gaat. Dit is een druppel op de gloeiende plaat in verhouding tot de jaarlijkse verhuurdersheffing van 1,7 miljard euro, die overigens de komende jaren bovendien nog stijgt. Een andere route die de regering biedt om woningcorporaties meer te laten bouwen, heeft waarschijnlijk meer succes. Als woningcorporaties flexibele, tijdelijke woningen bouwen, hoeven zij over deze woningen geen verhuurdersheffing te betalen.

Er staan meer maatregelen op stapel die de woningcorporaties en huurders in het sociale segment raken. De regering wil de huurstijging van sociale huurwoningen beperken door de stijging van de WOZ-waarde maar voor maximaal 33 procent mee te laten tellen bij de vaststelling van de hoogte van de huur. Zo hoopt de regering de sociale huurwoningen betaalbaar te houden. Ook maakt de regering het makkelijker om een tijdelijke huurkorting te geven.

Woningbeleggers hebben een probleem

Woningbeleggers hebben een probleem. Allereerst kunnen de nieuwe fiscale regels voor de heffing binnen box 3 zeer nadelig voor hen uitvallen. Spaarders profiteren van deze wijzigingen, maar de kosten van deze maatregel worden bij de belegger neergelegd. Beleggers mogen hun schulden niet meer salderen met de bezittingen, maar kunnen deze alleen aftrekken tegen een realistische rente. Hierdoor gaan zij over hun vermogen veel meer belasting betalen. Dit leidt mogelijk tot verdere huurstijgingen, want onze verwachting is dat de woningbelegger zijn nettorendement op peil wil houden.

Verdere concrete maatregelen die relevant zijn voor woningbeleggers zijn er nog niet. Wel zijn er verschillende maatregelen in onderzoek die woningbeleggers nadelig kunnen raken.

Allereerst kwamen begin september berichten naar buiten dat de overdrachtsbelasting voor starters mogelijk naar nul procent zou gaan en tegelijkertijd die van woningbeleggers omhoog (mogelijk naar zes procent). Het afschaffen van de overdrachtsbelasting geeft starters meer financiële armslag bij hun aankoop, maar kan wel zorgen voor hogere huizenprijzen.

Tegelijkertijd zullen huurders duurder uit zijn, aangezien beleggers de stijging van de overdrachtsbelasting naar verwachting in de huur zullen verrekenen.

Recent Financieel Nieuws

Maatwerk centraal

Vakspecialisten uit de praktijk

Gemiddeld een 9 op Springest!

Geen reactie's

Geef een reactie

Call Now Button